![]() |
||||||||
![]() |
||||||||
Decent Work is een internationaal begrip. Het geldt voor ontwikkelingslanden, maar ook voor Nederland. Wanneer werk zo flexibel is dat het helemaal geen zekerheid geeft, of wanneer er geen recht op sociale zekerheid aan verbonden is, voldoet het niet aan de voorwaarde van sociale bescherming. Wanneer groepen werknemers niet onder de CAO kunnen vallen, staat dat op gespannen voet met het fundamentele recht om CAO's af te sluiten. Hier vind je voorbeelden van Gewoon Slecht Werk, ook in Nederland. Hieronder lees je meer over de sectoren in Nederland die slecht scoren.
1 De feiten
Ook in Nederland zijn er problemen met de naleving van elementaire arbeidsnormen. Dit komt vooral voor in de sectoren schoonmaak, vleesverwerking, post, bouw, uitzendbranche, supermarkten, onderwijs, taxi en huishoudelijk werk. Belangrijkste problemen zijn te lage lonen en onvrijwillige of langdurige flexibele arbeidsrelaties.
Laagbetaald
1,25 miljoen werknemers hebben laagbetaald werk (tien euro bruto per uur of minder). Dit zijn tegenwoordig ook steeds vaker mensen met een middelbare opleiding. Lage betaling is ook een belangrijke indicator voor het ontbreken van ‘decent work'. De inbreng van de vakbeweging is gericht op gelijk loon voor gelijk werk, bijvoorbeeld doordat de cao van een sector ook voor uitzendkrachten geldt. Belangrijke groep die laagbetaald wordt zijn jongeren met een minimumjeugdloon. De groep laagbetaalden is de afgelopen dertig jaar verdubbeld.
Malafide uitzendbureaus
Naar schatting zijn er tussen de 5.000 en 6.000 malafide uitzendbureaus die samen meer dan 115.000 personen bemiddelen (cijfers SNCU). Dit zijn vooral Oosteuropeanen. Belangrijkste probleem is onderbetaling en het ontbreken van sociale voorzieningen. Belangrijkste sectoren: land- en tuinbouw, schoonmaak, bouw.
Flexwerkers
Globaal telt Nederland nu circa 1,9 miljoen flexibele arbeidsrelaties oftewel flexwerkers (*zie Noot). Hieronder vallen uitzendkrachten, tijdelijke contracten, oproep- en invalkrachten en schijnzelfstandigen. Onduidelijk is hoevelen van hen onvrijwillig flexibel zijn. Mensen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt hebben vaak geen andere keuze. Een grote groep flexwerkers zijn jongeren met een bijbaantje of vakantiewerk. Daarnaast is er een groep werknemers die bewust kiest voor de vrijheid van flexwerk. Het is duidelijk dat de FNV zich vooral zorgen maakt over de groep onvrijwilligen. Zie voor voorbeelden verderop: De sectoren.
Het FNV-cijfer is veel hoger dan dat van het CBS (575.000 flexwerkers). Het CBS definieert beroepsbevolking echter als personen die meer dan 12 uur per week werken. Daardoor vallen 900.000 mensen - vast en flex - buiten hun definitie. De ILO laat de lengte van de werkweek buiten beschouwing en telt in Nederland ruim een miljoen flexwerkers. Verder telt de FNV ruim honderdduizend uitzendkrachten mee bij malafide bureaus en 600.000 mensen met tijdelijke contracten voor maximaal één jaar.
Payrollen
De nieuwste loot aan de flexstam is payrollen. Werkgevers besteden niet alleen de loonadministratie uit aan een payrollbedrijf, maar doen meteen ook hun hele personeel over. Dat gaat vooral ten koste van scholing en pensioen. Flexwerk is conjunctuurgevoelig. Na een forse groei in de jaren negentig daalde het aantal flexwerkers, om na 2003 weer te stijgen.
ILO-verdrag 94
In 1957 heeft Nederland een verdrag ondertekend over naleving van de cao in sectoren waar gestreefd wordt naar meer marktwerking. Hierdoor moet de overheid ervoor zorgen dat bij aanbesteding en overheidsopdrachten wordt gezorgd voor naleving van de wet en de cao. De overheid heeft echter verzuimd dit om te zetten in wetgeving. Hierdoor kan bij uitbesteding de cao ontdoken worden.
2 De oplossingen
Uitgangspunt van de FNV zijn de standaardwaarden van de ILO. In drie punten samengevat:
3 De sectoren
Post
Bij Sandd, Selekt Mail (onderdeel van de Deutsche Post) en VSP (onderdeel van TNT) werken zo'n 27.000 postbezorgers op basis van een overeenkomst van opdracht (ovo). Zij hebben géén ontslagbescherming, ontvangen géén loon als ze ziek zijn of op vakantie, hebben géén recht op WW en zijn niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Zij worden vaak niet méér dan twee dagen bij één bedrijf ingezet, ontvangen dan minder dan 40 procent van het minimumloon. Voor deze groep hoeft de werkgever geen premies werknemersverzekeringen af te dragen.
Bestuurder Roelie Hidding van FNV Bondgenoten: "We kunnen spreken van Amerikaanse toestanden in Nederland. Werknemers hebben verschillende baantjes nodig, verdienen net voldoende of net niet om het hoofd boven water te houden, en kunnen niet terugvallen op welke vorm van rechtsbescherming dan ook. Het gros loopt onverzekerd rond." FNV Bondgenoten wil een sector-cao afsluiten, op grond van 'Gelijk werk, gelijk loon'.
Schoonmaak
Er zijn 150.000 schoonmakers in Nederland. Negentig procent is vrouw, negentig procent werkt parttime. Het aantal mannen neemt toe en de omvang van de arbeidsovereenkomst in uren per week, ook. Het aantal schoonmakers daalt dan ook licht. 70.000 schoonmakers komen elk jaar minder dan een jaar in dienst en verdwijnen dan weer. De schoonmaak is de poort van de arbeidsmarkt in Nederland. Je kunt er zonder solliciteren aan de slag via relaties.
FNV Bondgenoten wil dat opdrachtgevers hun gebouw overdag laten schoonmaken én gewoon de cao naleven op het gebied van arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Mari Martens, bestuurder van FNV Bondgenoten: "Om goed werk te hebben is het voor schoonmakers belangrijk om overdag schoon te maken. Dan zijn ze thuis bij hun kinderen rond het eten, dan zijn ze onder Nederlandse collega's en is het gemakkelijker om Nederlands te leren. Kortom: de integratie is erbij gebaat. Acht uur per dag werken, één werkgever en één object zou dan genoeg moeten zijn.
"Nu moeten ze hun uren bij elkaar scharrelen, verdeeld over de dag, om aan een karig loon te komen. Overdag schoonmaken kan heel goed omdat de schoonmaker prima in staat is om kamers schoon te maken als de gebruiker er even niet is. Voor ruimtes waar altijd gewerkt wordt zoals een call center zijn afspraken nodig, daar moet de stofzuiger door als er niet gewerkt wordt. Schoonmakers lukt het ook om Schiphol schoon te houden ondanks bijzonder intensief gebruik. In Scandinavische landen gebeurt dat ook in allerlei bedrijven."
Vleesverwerking
In de vleessector werken vooral Polen. Tachtig procent werkt op flexibele contracten. Zij zijn in vaste dienst van uitzendbureau's, maar de opdrachtgevers kunnen elk moment beslissen te stoppen met een uitzendbureau. Werk is dus niet zeker. Lonen liggen maar iets boven het minimum caoloon; overwerk en ongunstige, onregelmatige uren zijn schering en inslag.
FNV Bondgenoten bestuurder John Klijn: "Het aandeel flex op de werkvloer loopt op en is totaal doorgeslagen. Waarschijnlijk wordt de komende cao daardoor niet meer algemeen verbindend verklaard, waardoor ook het pensioenfonds sterk onder druk staat. De sector is eigenlijk sociaal failliet. De cao wordt niet altijd goed nageleefd, de flexwerkers zijn ook vogelvrij als het gaat om overwerk of roosters. Gewoon werken tot de klus klaar is. Of het je sociaal uitkomt is niet aan de orde.
"De vaste mensen die er al lang werken en die in het verleden goede arbeidsvoorwaarden hebben opgebouwd, worden als het ware gedoogd. Zij zijn veel duurder en krijgen dat ook vaak te horen. Hen wordt niet gevraagd over te werken, dat is te duur. Ze krijgen dus nooit iets extra en voelen zich regelmatig een vreemde in eigen bedrijf. Gevolg: werken in het vlees is totaal onaantrekkelijk. Je kunt geen vaste baan krijgen, je verdient weinig en het is ook nog zwaar werk. Je kunt niet aan je toekomst bouwen!"
Welke oplossing wil de FNV? De bedrijven moeten weer zelf de mensen gaan aannemen. Minder flexkrachten. Aantrekkelijker lonen door het ophogen van de bodem in de cao Vlees tot 130 procent van het minimumloon.
Supermarkten
In de winkels is 65 procent van het personeel jonger dan 22 jaar. Veelal krijgen zij maximaal drie jaar een contract, daarna ben je te oud, bij 19 jaar dus al. Veelal scholieren en studenten werken als hulpkracht; steeds meer 14-15 jarigen worden aangenomen vanwege laag arbeidsloon. Gevolg: het lukt jongeren nauwelijks nog een toekomst en zelfstandig bestaan op te bouwen met een baan in de supermarkt.
FNV Bondgenoten bestuurder Nicole Boonstra: "Een op de tien mensen wil meer uren werken. Dit zijn vooral vrouwen en jongeren. Die uitbreiding krijgen ze niet, want dat gaat ten koste van flexibiliteit. Dus ook vrouwen kunnen vaak geen zelfstandig bestaan opbouwen met een parttime contract. Verder heeft vast personeel last van al die jongeren die ze moeten ‘opvoeden', het gaat ten koste van kwaliteit."
In distributiecentra van de supermarkten werken 30 tot meer dan 50 procent mensen op uitzendbasis. Ook hier is sprake van veel Polen, die soms op stukloon werken. Er ontstaan gevaarlijke situaties op de werkvloer doordat er geen Nederlands meer wordt gesproken en de werkdruk enorm is.
Huishoudelijk werk
Huishoudelijk personeel (de werkster bij de mensen thuis) is uitgesloten van veel rechten die horen bij 'Gewoon Goed Werk'. Naar schatting 1,2 miljoen gezinnen maken gebruik van een huishoudelijke hulp, meestal informeel. De werkster valt niet onder een cao, heeft geen recht op ziektewet, ww of ontslagbescherming en bouwt geen pensioen op. Een groot deel van de werksters is illegaal in Nederland. Ondanks de grote vraag naar werksters is het niet mogelijk om voor deze arbeid een werk- en verblijfsvergunning te krijgen.
Katrien Depuydt, organiser Abvakabo FNV: "Het gaat vooral om migranten en vrouwen. Door de totale afhankelijkheid van de goodwill van de werkgever zien we ook gevallen van regelrechte uitbuiting. Onze oplossing is dat je huishoudelijk personeel dezelfde rechten geeft als andere werknemers. Ze moeten dus onder een cao vallen. En geef de mensen zonder status een werkvergunning."
Bouw
De bouwsector heeft veel last van malafide uitzendbureaus die vooral Polen in dienst hebben. Het zijn vaak kleine bureautjes die teveel extra's inhouden op het loon, geen overuren uitbetalen en niet doorbetalen bij ziekte. FNV Bouw spreekt van 'koppelbazen nieuwe stijl'. Niet alleen worden de bouwvakkers om wie het gaat enorm uitgebuit, ze ondergraven ook nog eens de positie van andere werknemers.
De bouwbond roept werkgevers op om alleen met gecertificeerde, bonafide uitzendbureaus te werken. John Kerstens, vice-voorzitter FNV Bouw: "Zelf praten wij als FNV Bouw binnenkort opnieuw met vertegenwoordigers van de uitzendbranche en met bouwwerkgevers over de naleving van in de sector gemaakte afspraken voor uitzendkrachten. Werkgevers moeten nu echt in actie komen."
Onderwijs
In het onderwijs is de arbeidsmarkt krap. Er wordt een groot tekort voorzien in de komende jaren. In 2012, becijfert de Commissie Rinnooij Kan, zijn er in het hele onderwijs 35.000 leraren te weinig. Toch hebben lang niet alle leraren een solide, vaste baan. In het basisonderwijs moeten veel beginnende leraren eerst twee of zelfs drie tijdelijke deeltijdcontracten met elkaar combineren. Dit brengt onrust en onzekerheid met zich mee. Zeker in dunbevolkte provincies kan dit jaren duren. In het voortgezet onderwijs is het fenomeen ‘payrolling' in opkomst. Tussenpersonen plaatsen docenten via uitzendconstructies voor korte tijd op scholen. Vaak ontduiken ze de cao, zodat docenten er bekaaid vanaf komen.
Taxi
In de taxisector werken zo'n 45.000 mensen, waarvan 8.000 in een straattaxi en de rest in het contractvervoer van leerlingen, zieken en gehandicapten. Er is een trend om steeds meer parttimers en mensen met een tijdelijk contract in te zetten. Belangrijk thema is de aanbesteding van contracten en vergunningen door de lokale en regionale overheden. Belangrijke voorwaarde is dat de kwaliteit van het taxivervoer wordt gewaarborgd. De beste garantie daarvoor is een goede vakopleiding van de chauffeurs plus minimaal het bezit van een EHBO-diploma. Werknemers, vakbonden, werkgevers en gebruikersorganisaties zoals ouderorganisaties en de Chronisch Zieken en Gehandicapten Raad zijn daarover eens.
In de praktijk worden veel ritten uitgevoerd door mensen die niet over de juiste papieren beschikken. Bovendien krijgen 37.000 chauffeurs (contractvervoer) geen fooien en verdienen ze nauwelijks of zelfs minder dan het wettelijk minimumloon. Zestig procent van de taxibedrijven leeft de cao niet na.
De aanbesteders van vergunningen letten daar naar de mening van FNV Bondgenoten onvoldoende op: die zijn meer geïnteresseerd in de flinke bedragen die ze ontvangen voor de concessies dan in het actief toezien op de kwaliteit. Binnenkort praat de Tweede Kamer weer over de praktijk van de Taxiwet. Kamerleden krijgen van de bond alle informatie, inclusief de ervaringen uit de praktijk. FNV Bondgenoten bestuurder Remko Mast: "FNV Bondgenoten hoopt de politiek ervan te kunnen overtuigen dat men snel de aanbevelingen van ons ‘Masterplan verbetering kwaliteit contract' overneemt.
Uitzendbureaus
Hoogopgeleiden gebruiken uitzendwerk als opstap naar vast werk en slagen daar redelijk in. Lager opgeleiden, eenderde van de uitzendkrachten, zouden graag ook vast werk willen. Zij zijn echter gedwongen van baan naar baan te hoppen, en blijven zo hangen in flexbanen met weinig perspectief, slechte arbeidsvoorwaarden en eeuwige onzekerheid.
Marcel Nuijten: "Als ik dit bij uitzendwerkgevers aankaart, zeggen ze: ‘Wees blij, wij zorgen ervoor dat ze tenminste nog werk hebben. Wij proberen hun toekomst te verbeteren door te pleiten voor opleiding, betere arbeidsvoorwaarden (gelijk loon voor gelijk werk) en vaste banen.' Maar tot nu toe zie ik te weinig resultaat van onze inzet."
*Noot: Cijfers flexwerk uitgesplitst
1,9 miljoen flexwerkers
Flexwerkers CBS 575.000
Flexwerkers < 12 uur 465.000
Malafide uitzendbureaus 115.000
Tijdelijk contract (telling CWI) 660.000
Schijnzelfstandigen 90.000
Totaal 1.905.000
Voor meer informatie: lees deze PDF-documenten:
Achtergrondinformatie bij de cijfers over flexwerk